Het verhaal achter de bloemrijke bermen

De groenpassie van ecoloog Merlijn Hoftijzer

Waarom wordt een berm vol mooie bloeiers gemaaid? Of juist: kan het niet strakker en netter? Het ecologisch maaibeheer van Breda maakt veel los. Stadsecoloog Merlijn Hoftijzer (33) legt graag uit hoe het zit.

Merlijn Hoftijzer is een van de stadsecologen van Breda. Hij gaat over het beheer, de inrichting en de aanleg van nieuwe natuurgebieden. In zijn functie is hij verantwoordelijk voor het ecologisch beheer van 900 hectare groen, waarvan 150 hectare hooiland en berm. Die stukken worden maar een of twee keer per jaar gemaaid. “Daar krijgen we veel reacties op, zowel positief als negatief. Sommige mensen willen het netter en strakker, zoals de perken en gazons die 18 tot 26 keer per jaar worden gemaaid. Anderen begrijpen juist niet waarom we soms maaien als er nog bloemen bloeien.”


Rommelig

Als het rommelig oogt dan denken mensen al snel dat de gemeente het is vergeten, of dat er geen geld is voor onderhoud, zegt Merlijn. “Zo waren er agrariërs die zelf de berm gingen maaien Precies op de plek waar de zeldzame grote pimpernel groeit. We zijn het gesprek aangegaan en nu is er begrip en laten ze de berm met rust.”

Dat rommelige heeft namelijk een belangrijke functie, legt hij uit. “Dat zijn de plekken waar bloemen bloeien en insecten leven. En waar de vogels en andere dieren hun eten vandaan halen.”

Zo min mogelijk gras en zo veel mogelijk kruiden en bloemen, dat is het streven. Dat is best lastig, want Breda heeft een voedselrijke grond, waar grassen juist goed op gedijen. “Kruiden en bloemen willen liever een schralere grond.” Dit los je juist op door op tijd te maaien anders gaan de  grassen domineren en raak je de bloemen en kruiden kwijt. Door in juni/juli te maaien, komen de bloemen en kruiden nog een keer in bloei. Na het maaien blijft het maaisel een paar dagen liggen. “Zo krijgen insecten de kans om eruit te kruipen en vallen de zaden uit de bloemen en kruiden. “Daarna voeren we het maaisel af, waardoor de bodem minder voedselrijk wordt en je dus minder gras krijgt.”

Goed uitleggen en communiceren waarom je iets doet is belangrijk, weet Merlijn. “Zelf leren we ook. Op sommige plekken waar we maar twee keer per jaar maaien, gaat het groen over de straat of stoep hangen. Daar maaien we nu wel vaker de eerste meter weg, zodat mensen zien dat er aandacht voor is.”

Tijdnood

Het maaien gebeurt altijd pas na de langste dag, dus rond 21 juni, wanneer de meeste bloemen en kruiden in bloei zijn gekomen en zaden hebben gevormd. Dan staan er nog vaak bloemen in bloei. Waarom niet twee weken wachten tot de bloemen zijn uitgebloeid? Merlijn: “Je hebt altijd laatbloeiers, je kunt bijna niet voorkomen dat je er een paar meeneemt.” Er wordt zo beheerd dat er altijd kleine stukjes blijven staan die niet worden gemaaid. Bovendien zou het groenbeheer dan in tijdnood komen omdat de Gemeente Breda zoveel ecologisch groen heeft. “Je redt het niet als je later begint. Het is een weloverwogen keuze.”

Dit ecologisch maaibeleid gebeurt al sinds 2007, is het effect al te zien? “Zeker”, zegt Merlijn. “Een ecologisch adviesbureau telt de soorten planten. Uit een analyse van vorig jaar blijkt dat de bermen van Breda in de afgelopen 12 jaar veel bloemrijker zijn geworden. We krijgen veel complimenten, ook van buurgemeenten.”

Vlinderstroken

Een andere vorm van ecologisch maaibeheer zijn de vlinderstroken. “Daarbij laten we telkens een stuk staan bij het maaien. Het ene jaar de ene kant, het andere jaar de andere.” Dit vergt een gedegen digitale administratie. “De aannemers die maaien kunnen op onze kaarten precies zien welke vlakken ze wel of niet moeten doen in een bepaald jaar. Wij kunnen het in de gaten houden. Als het toch een keer misgaat, dan kunnen we ingrijpen.”

De groenpassie van Merlijn Hoftijzer

“Als sinds mijn vroegste jeugd ben ik bezig met de natuur. Lekker door het bos struinen, niets is fijner. De opleiding Bos- en Natuurbeheer na de middelbare school was een logische keuze. Dat ik voor de gemeente werk voelt bijzonder. Mijn werk is mijn eigen stad mooier maken en natuur naar binnen halen, dat is een jongensdroom die uitkomt. Als ik door de stad fiets zie ik overal dingen die ik op kan pakken. Dit stukje kunnen we ecologisch beheren, over dit stukje kunnen we klachten krijgen. Ik ben er constant mee bezig. Maar dan spot ik ergens een zeldzaam plantje of een bijzonder dier en dan weet ik, dit is de beloning voor mijn inspanning.”